Van vast naar zzp: de drie vragen die je beantwoordt vóór je opzegt
Voordat je je ontslag indient, wil je deze drie vragen eerlijk beantwoord hebben — inclusief een financiële buffer-checklist.
De overstap van een vaste aanstelling naar het zzp-bestaan voelt vaak als een knop die je in één keer omzet: vandaag ambtenaar, morgen ondernemer. Maar tussen het idee en de opzegbrief zitten drie vragen die je eerlijk beantwoord wilt hebben. Niet omdat ze je moeten tegenhouden, maar omdat een doordachte start je later een hoop stress bespaart — financieel, praktisch én richting de Belastingdienst.
Vraag 1: overleef je financieel de eerste zes tot negen maanden?
Ook met een volle agenda aan opdrachten heb je als starter vrijwel altijd een gat tussen je laatste salaris en je eerste factuurbetaling. Reken niet met de beste maand, maar met de slechtste.
- Bouw een buffer van minimaal 3 tot 6 maanden vaste lasten op je zakelijke én privérekening, los van je fiscale reserveringen.
- Reserveer apart voor belasting. Als zzp'er betaal je geen loonheffing meer via een werkgever — hou 30 tot 40% van je omzet apart voor inkomstenbelasting, ook al voelt dat als "verlies" van inkomen dat je net binnenkrijgt.
- Regel een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) of kies bewust voor een alternatief zoals een broodfonds — als zzp'er heb je bij ziekte geen loondoorbetaling en geen Ziektewet.
- Ken je opzegtermijn. Veel gemeenten en overheidswerkgevers hanteren een termijn van één tot drie maanden; reken die mee in de periode dat je nog geen zzp-inkomen hebt.
- Check je pensioenopbouw. Die stopt bij vertrek uit loondienst — bepaal vooraf of en hoe je die zelf voortzet.
Vraag 2: begin je met een leeg orderboek, of heb je al zicht op een eerste opdracht?
Het verschil tussen "ik ga het proberen" en "ik heb al interesse van een opdrachtgever" is in de praktijk het verschil tussen een spannende eerste maand en een paniekerige eerste maand. Beleidsadviseurs, IT-specialisten, juristen en financials bij gemeenten hebben doorgaans een voordeel: hun netwerk zit vaak al bij de opdrachtgevers waar ze straks voor willen werken.
- Praat met je huidige netwerk voordat je vertrekt — collega's bij andere gemeenten, oud-projectpartners, leveranciers. Zij weten vaak het eerst welke afdeling een interim-kracht zoekt.
- Schrijf je in bij een detacheerder of bemiddelaar die specifiek in jouw vakgebied bemiddelt bij overheid en gemeenten — dat scheelt weken zoektijd ten opzichte van zelf reageren op aanbestedingen.
- Reken op een aanloopperiode van vier tot acht weken tussen je eerste sollicitatie op een opdracht en de daadwerkelijke start, zeker bij gemeentelijke aanbestedingsprocedures.
- Begin niet zonder minstens één warme lead. Een volledig koude start vanuit een vaste baan is te doen, maar verlengt bijna altijd de periode dat je op je buffer teert.
Vraag 3: houdt de opdracht die je voor ogen hebt stand bij de Belastingdienst?
Dit is de vraag die het vaakst wordt overgeslagen — en die inmiddels het zwaarst weegt. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid, en per 31 december 2026 treedt de Wet VBAR in werking: het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief onder ongeveer €38 (peildatum 1 januari 2026). Werk je onder die grens, dan kun je straks eenvoudiger aanspraak maken op een arbeidsovereenkomst — de bewijslast dat je wél zelfstandig bent, verschuift dan naar de opdrachtgever.
Denk dus vóóraf na over de opdracht die je voor ogen hebt, niet pas als je al bent begonnen:
- Bepaal je zelf hoe en wanneer je het werk doet, of krijg je aansturing zoals een teamlid dat zou krijgen?
- Loop je aantoonbaar ondernemersrisico — geen betaling bij geen resultaat, eigen aansprakelijkheid — of ben je in de praktijk gewoon inzetbaar zoals een werknemer?
- Heb je (het uitzicht op) meerdere opdrachtgevers, of ga je fulltime voor je voormalige werkgever aan de slag op precies dezelfde plek en rol?
- Ligt je tarief boven de €38-grens? Een hoger tarief sluit schijnzelfstandigheid niet automatisch uit, maar een tarief eronder trekt sneller aandacht — van de Belastingdienst én, straks, van de rechter.
Let ook op de langere termijn: het kabinet werkt aan een aparte Zelfstandigenwet die via een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets meer duidelijkheid moet geven over de grens tussen werknemer en zelfstandige. Die wet gaat naar verwachting pas per 1 januari 2028 in, dus voor je beslissing nu is vooral de VBAR-grens relevant — maar het laat zien dat de aandacht voor dit onderwerp voorlopig niet afneemt.
Checklist voordat je je ontslag indient
- Financiële buffer van 3-6 maanden staat klaar, apart van je belastingreservering.
- AOV of alternatief is geregeld, pensioenopbouw is een bewuste keuze.
- Je hebt minstens één concreet aanknopingspunt voor een eerste opdracht.
- De opdracht die je voor ogen hebt, is getoetst aan aansturing, risico en aantal opdrachtgevers — niet alleen aan het tarief.
- Je tarief ligt aantoonbaar boven de €38-grens, of je hebt een goed verhaal waarom dat bewust anders is.
Geen van deze drie vragen hoeft een showstopper te zijn — de meeste beleidsadviseurs, IT'ers en juristen die de overstap maken, komen na dit soort vragen juist zelfverzekerder aan de start. Twijfel je nog tussen zzp, detachering of loondienst? Bij Smito denken we daar vooraf in mee, zodat je met de juiste vorm begint in plaats van er achteraf achter te komen dat een andere constructie beter had gepast.